Artikel 4, §1 van het KB van 4 mei 2007 voorziet in een aantal vrijstellingen vakbekwaamheid rijbewijs c. Omdat deze vrijstellingen zeer algemeen zijn opgesteld, leidt dit tot vaak tot vragen.

Overzicht vrijstellingen vakbekwaamheid rijbewijs c, meer info bij De Nestor

Op deze pagina geven we de meest gehanteerde richtlijnen weer over de vrijstellingen vakbekwaamheid rijbewijs c. Let wel, deze lijst is beperkt. Uiteindelijk kan alleen een rechter beslissen of iemand al dan niet over een bewijs van vakbekwaamheid moet beschikken. In geval van twijfel is het beter om gewoon een bewijs van vakbekwaamheid te halen. Deze richtlijnen zijn ook alleen geldig op het Belgisch grondgebied. In het buitenland moet je rekening houden met hun interpretaties.

Wie krijgt vrijstellingen vakbekwaamheid rijbewijs c?

1. Voertuigen met een toegelaten maximumsnelheid van 45 km per uur

2. Voertuigen in gebruik bij of onder controle van de strijdkrachten, de burgerbescherming, de brandweer en de diensten verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde

Zijn vrijgesteld de bestuurders van:

(a) voertuigen van de NAVO,
(b) voertuigen in gebruik bij of controle van de burgerbescherming,
(c) voertuigen in gebruik bij of controle van de brandweer, de luchthavenbrandweer en de bedrijfsbrandweer,
(d) geldtransporten die door de politie begeleid worden,
(e) een door de politie begeleid voertuig voor gevangenenvervoer, dat vanop afstand door de politie wordt gevolgd, of waarbij de politie op de hoogte is van het vervoer,
(f) een depannagevoertuig dat een beschadigd voertuig na een ongeval gaat ophalen om het naar een garage te brengen, maar zelf niet de herstelling ervan uitvoert, enkel indien dit op vraag van en onder de controle van de politie gebeurt.

3. Voertuigen die op de weg worden getest in verband met technische verbeteringen, reparatie, onderhoud, en nieuwe of omgebouwde voertuigen die nog niet in het verkeer zijn gebracht

Zijn vrijgesteld de bestuurders van:

(a) testvoertuigen die rondrijden met een handelaarsplaat,
(b) bestuurders van voertuigen die getest worden in het kader van een onderhoud of een technische interventie.

Zijn niet vrijgesteld:

(a) de bestuurders die naar de technische keuring rijden.

4. Voertuigen die worden gebruikt bij noodtoestand of worden ingezet voor reddingsoperaties

Zijn niet vrijgesteld de bestuurders van:

(a) een depannagevoertuig die een beschadigd voertuig na een ongeval gaan ophalen en het naar een garage voeren, maar niet zelf de herstelling ervan uitvoeren tenzij dit op vraag van en onder controle van de politie gebeurt.

5. Voertuigen die worden gebruikt voor niet-commercieel goederen- en personenvervoer voor privé-doeleinden

Zijn vrijgesteld:

(a) de bestuurders een mobilhome in de privésfeer,
(b) personen die een verhuis doen in de privésfeer,
(c) niet-professionele bestuurders bij het vervoer van goederen voor een jeugdbeweging,
(d) bestuurders die hun eigen paarden vervoeren,
(e) bestuurders in het kader van vrijwilligerswerk zonder dienstverband, voor het vervoer van goederen.

Zijn niet vrijgesteld:

(a) de bestuurders van voertuigen in een professioneel kader, zoals personen die voor een gemeentelijke administratie of een vzw werken. Op deze personen kan evenwel een andere vrijstelling van toepassing zijn.

6. Voertuigen of combinaties van voertuigen die (1) worden gebruikt voor het vervoer van materiaal, apparatuur of machines én (2) die de bestuurder voor zijn werk nodig heeft én (3) op voorwaarde dat dit vervoer niet de voornaamste activiteit van de bestuurder is

Verduidelijking van de terminologie

(1) Materiaal kan gedefinieerd worden als “een gereedschap of een ruwe grondstof / bouwstof die verder verwerkt wordt door de bestuurder van het voertuig”.
(1) Apparatuur kan gedefinieerd worden als “het geheel van bij elkaar horende toestellen die een bestuurder van het voertuig voor zijn hoofdactiviteit gebruikt”.
(1) Machine kan gedefinieerd worden als “uit tal van onderdelen geconstrueerd werktuig dat arbeid verricht en dat de bestuurder van het voertuig voor zijn hoofdactiviteit gebruikt”.
(3) Voornaamste activiteit: zodra de bestuurder meer dan twaalf uur op weekbasis een voertuig bestuurt, kan dit beschouwd worden als een voornaamste activiteit.

Zijn vrijgesteld de bestuurders van:

(a) voertuigen binnen het kader van een wegbeheerder opdracht,
(b) voertuigen voor kermis- en circusactiviteiten,
(c) veegmachines en zoutstrooiers,
(d) betonpompen en tuigen ingeschreven als ‘kraanauto’,
(e) schokabsorberende voertuigen gebruikt in het kader van werkzaamheden.

Zijn niet vrijgesteld de bestuurders van:

(a) vuilniswagens, waarbij collega’s het afval ophalen,
(b) voertuigen die materiaal, apparatuur of machines voor collega’s die werken op een werf, terwijl zij er zelf niet werken,
(c) marktwagens.

Bron vrijstellingen vakbekwaamheid rijbewijs c: Vlaamse Overheid. Departement Mobiliteit en Openbare Werken

Geïnteresseerd in onze chauffeursopleidingen?