betaald-educatief-verlof

Het betaald educatief verlof kan omschreven worden als het recht toegekend aan werknemers uit de privé-sector om erkende opleidingen te volgen en om op het werk afwezig te zijn met behoud van hun loon. Werkgever en werknemer planning in onderling overleg het educatief verlof. De werkgever betaald de werknemer tijdens de opleiding gewoon door. Na de opleiding vraagt hij de terugbetaling door het indienen van een schuldvordering.

Betaald educatief verlof – rechthebbende werknemers

Om recht te hebben op betaald educatief verlof moet je als werknemer voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Tewerkgesteld zijn in de privé-sector (de werkgever betaalt een specifieke bijdrage voor het educatief verlof) of contractueel werknemer zijn bij een autonoom overheidsbedrijf (Proximus, NMBS, bpost, Belgocontrol). Zijn dus uitgesloten : de statutaire of contractuele werknemers tewerkgesteld bij de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de gemeenten, de OCMW’s, de intercommunales alsook het onderwijzend personeel (opgelet: het administratief,technisch en werkliedenpersoneel uit het vrij onderwijs hebben wel recht als hun loon ten laste van de instelling zelf valt).
  • Voltijds tewerkgesteld zijn (bij één of meerdere werkgevers) of deeltijds. Om recht te hebben op een aantal uren educatief verlof in verhouding tot de arbeidstijd, moet je als deeltijdse werknemer minstens 4/5de van de normale arbeidsduur per week tewerkgesteld zijn (vb. 30.4/38), ofwel op basis van een variabel uurrooster tewerkgesteld zijn (zo vermeld in de arbeidsovereenkomst), of minstens 1/2 tewerkgesteld zijn maar in dit laatste geval is er alleen recht voor tijdens de normale arbeidsuren gevolgde beroepsopleidingen.
  • Tewerkgesteld zijn volgens een arbeidsovereenkomst (ook een interimcontract, een arbeidsovereenkomst gesloten in het kader van een startbaanovereenkomst ), een GESCO-contract, een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten…) of tewerkgesteld zijn zonder overeenkomst onder het gezag van een persoon (bij voorbeeld als werkloze bij een vereniging) bij één of meerdere werkgevers.

Terugbetaling Werkgever – hoe de aanvraag indienen?

Sedert 1 juli 2014 is de regeling van het betaald educatief verlof een gewestbevoegdheid. Het Vlaamse gewest nu bevoegd voor de aanvragen van ondernemingen gevestigd in Vlaanderen.

De aanvragen moeten ingedeeld worden per gewest rekening houdend met onderstaande regels:

  • de aanvragen moeten worden ingediend bij het gewest waar de onderneming is gevestigd.
  • wanneer de onderneming in de KBO vestigingseenheden in verschillende gewesten heeft, dan moet de schuldvordering ingediend worden in het gewest waar het personeel dat gebruik heeft gemaakt van educatief verlof, is tewerkgesteld. Het is dus niet mogelijk om één gezamenlijke aanvraag in te dienen op naam van de maatschappelijke zetel als personeel verspreid is over vestigingen in meerdere gewesten. De aanvraag mag wel geglobaliseerd worden per gewest.

De aanvraag tot terugbetaling moet per schooljaar (educatief verlof toegekend in de periode van 1 september tot 31 augustus van het volgende jaar) voor alle werknemers samen per post ingediend worden voor de uiterste indieningstermijn. (voor schooljaar 2016-2017 is de uiterste indieningstermijn 31/12/2017)

De te volgen werkwijze indien de werknemer in meer dan één gewest wordt tewerkgesteld wordt in bijgevoegde nota over intergewestelijke mobiliteit vanaf 2014-2015 (pdf / 0.17 MB) uitgelegd.

Voor de aanvraag moeten er twee formulieren ingevuld worden:

  • een enkele aangifte van schuldvordering voor alle betrokken werknemers
  • een individuele steekkaart per werknemer.

Bovendien moeten de originele getuigschriften bij de individuele steekkaart van de werknemer gevoegd worden om de inschrijving en het nauwgezet bijwonen van de opleiding te bewijzen.

Verder nog bijvoegen (naargelang het geval):

  • het bewijs dat er lesuren samenvallen met arbeidstijd (voor werknemers <4/5 tewerkgesteld met een vast uurrooster of bij gebruik van de verhoogde maxima bij het samenvallen van lesuren en werkuren);
  • een kopie van de arbeidsovereenkomst (voor variabele deeltijdsen);
  • een verklaring (Word of PDF) op eer van de werknemer dat hij nog geen diploma hoger secundair onderwijs bezit (indien hij een opleiding basiseducatie volgt of een opleiding die leidt naar een eerste diploma hoger secundair onderwijs):